|
|
Cavia’s komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika.

Daar dienen ze als voedsel en ook als offerdieren. In Zuid-Amerika leven nu nog de wilde cavia’s; ze leven hoofdzakelijk in het Andesgebergte en zijn onopvallend van kleur (bruin-grijs).

Huisvestiging
Cavia`s zijn hele leuke makkelijke diertjes die je zonder problemen in groepen kan houden. Het beste is om een groep samen te stellen van hetzelfde geslacht . Dus ook een groepje beren kan prima samen gehouden worden mits geen vrouwelijk schoon in de beurt is omdat de mannen dan gaan vechten. Goed caviavoer met vitamine C en veel verse groente is belangrijk voor de gezondheid. Voor twee cavia's bieden de meter kooien die in veel dierenwinkels te koop zijn voldoende ruimte. Cavia`s moeten veel beweging krijgen anders kunnen ze te dik te worden. Vette cavia’s worden sloom,kunnen sneller ziek worden en gaan eerder dood. Het is dus belangrijk om je cavia in goede conditie te houden. Geef je cavia daarom voldoende lichaamsbeweging. Waarom deze diertjes dan ook zo vaak gedumpt worden is mij een raadsel. Ik denk omdat men gewoon geen zin meer heeft om voor deze dieren te zorgen en dat is natuurlijk een hele kwalijke zaak !!!
|
|
|
| in de wei in het Verpleeghuis Elderhoeve | de knuffelhoek |
Hier wonen ca. 20 cavia`s. Niet alle dieren zijn gedumpt sommige zijn hier ook gefokt en deze zijn met papieren en van showkwaliteit. Maar ook de anderen hebben een goed thuis verdiend. Dus zoek je cavia`s en weet je het zeker dat je er misschien wel 10 jaar voor moet kunnen zorgen. Dan kan je hier voor een klein bedrag een cavia ophalen. Beertjes dat zijn de mannetjes zijn vaker te koop!!!
Levensverwachting: 5 - 8 jaar
Lichaamstemperatuur: 38.3 - 40 graden Celsius
Hartslag: 230 - 320 slagen per minuut
Ademhaling: 90 - 150 keer per minuut
Omgevingstemperatuur: 15 graden minimaal
Geslachtsrijp: zeugje 4 - 7 weken
Geslachtsrijp: beertje: 4 weken
Ideale fokleeftijd zeug: 4 - 5 maanden
Ideale fokleeftijd beer: 3 - 5 maanden
Geslachtsbepaling

|
|
|
|
Cavia's moeten altijd vers water tot hun beschikking hebben. Geef het water in drinkflesjes. Cavia's zijn smeerkezen en als water in een bakje wordt gegeven dan wordt er in gepoept, geplast of de hele bak wordt omgegooid.
Cavia’s zijn dol op vers groenvoer en het kan altijd ruim worden gegeven, maar het mag niet in plaats van het krachtvoer komen. De volgende groenten mag de cavia hebben: rode paprika, spruitjes, broccoli, boerenkool, groene paprika, andijvie, spitskool, groene kool, witte kool, bleekselderij, sinaasappel, appel, witlof, winterwortel, sla, komkommer en meloen,met name in verse spinazie zit erg veel vitamine c in en ze vinden het erg lekker. Kool mag niet te veel (in een keer) worden gegeven omdat het gasvorming in de buik van de cavia veroorzaakt en bovendien gaat de urine er sterk van ruiken. In kleine hoeveelheden is het echter gezond. In de zomer kan ook gras geplukt worden. Doe dit niet langs een autoweg omdat het gras daar bevuild is met auto uitlaatgassen. Ook paardebloembladeren en weegbreebladeren vinden ze lekker. Als je besluit om je cavia krachtvoer te geven waar geen vitamine C in zit, moet er elke dag voldoende groenvoer gegeven worden.
Een aantal tips qua groenvoer: Rode kool is DODELIJK voor je cavia! Niet voeren dus! peterselie is een eetlustopwekker en zit boordevol vitamine C. Rode bieten kan je gerust geven maar niet aan zwangere zeugen. Rode bieten kan namelijk spontane abortussen opleveren.
Nog een hele goede tip: GRAS! gras is heel erg gezond voor een caaf. Een hand gras staat qua voedingsstoffen gelijk aan een kilo groenvoer. Echter: voorjaarsgras is heel erg eiwitrijk. Voer niet teveel omdat er anders gasophoping bij je caaf kan ontstaan. Verder moet het gras handgeplukt worden omdat bij machinaal gemaaid gras de snede verhit is geweest waardoor er een omzetting naar een giftige stof plaats vind in het gras.
Nog wat extra aanvullingen:
Uit moeder natuur zijn heel veel nuttige dingen te halen voor je cavia. Zo kan je van alle fruitbomen de takken en blad voeren. Dus allemaal massaal Appelbomen planten in de tuin! :)
Ook wilgentakken kan je goed voeren.
Voor alles geld natuurlijk dat je altijd op moet letten of het groen niet bevuild is. Dus altijd zo ver mogelijk van de autoweg snoeien, en ook goed opletten of er geen uitwerpsel van vogels op het groen zit. (Salmonella!)
Herderstasje is een plantje dat beschouwd word als onkruid. Nou, voor je cavia is het heel erg goed! Het werkt namelijk licht antibiotisch en kan dus heel goed gebruikt worden bij wat zwakkere dieren die weerstand moeten hebben. Je kan dit plantje ook erg goed drogen en dus bewaren om in de winter te voeren.
Frambozenblad is ook licht antibiotisch.
Hooi
Weidehooi is onmisbaar voor de cavia. Ten eerste omdat hij het eet en het nodig heeft voor een goede werking van zijn darmen. Ten tweede omdat de cavia de hele dag door hooi eet en hierdoor bezig blijft en zich niet verveelt. Geef de cavia daarom elke dag een nieuw dotje hooi. Geef alleen hooi dat fris ruikt en niet stoffig is. Let er bovendien op dat het hooi niet beschimmeld is.
Krachtvoer voor fok- en showdieren
Cavia's die in de fok zitten hebben minstens 1500 mg vit.C/ kg nodig. In professioneel caviavoer (voor de fok) zit meestal 3500 mg vit.C/ kg. De fabrikant doet dit omdat het vitamine C gehalte met de tijd steeds minder wordt. Als voer met vitamine C te lang bewaard wordt zit er nauwelijks meer vitamine C in. Wanneer je voert met een compleet voer voor cavia's dan weet je zeker dat je dieren de juiste voeding binnen krijgen zolang ze het voer eten.
Je kunt er ook voor kiezen je cavia's krachtvoer te geven zonder vitamine C toevoeging en iedere dag voldoende groenten te geven waar ze hun vitamine C behoefte uit halen. Er moet dan ruim groente gevoerd worden. Het is moeilijk te controleren of ieder dier wel voldoende krijgt (eet) en ook is het gehalte aan vitamine C in de groente moeilijk te schatten. Het gehalte vitamine C wordt namelijk steeds minder naarmate de groente langer bewaard wordt. Ook varieert het vitamine C gehalte gedurende het jaargetij. Cavia's zijn erg dol op groenten en ik voer naast het complete krachtvoer ook groenvoer. Ze zijn er dan niet van afhankelijk. Naast het gewone krachtvoer kunnen andere (kracht)voersoorten heel belangrijk zijn. Zeugen met een groot nest hebben vaak extra krachtvoer nodig. Ik geef ze dan geplette haver, dat biedt erg veel energie (ongeveer één handje per twee à drie dagen). Je kunt dit er voeren als je ziet dat de zeug al haar vetreserves in haar jongen investeert (ze wordt magerder en krijgt ingevallen heupen). Als de zeug maar één of twee jongen heeft en ze is in goede conditie dan is het niet nodig. De kans dat ze te dik wordt voor de fok is dan namelijk aanwezig. Dikke zeugen worden moeilijk zwanger en als ze zwanger worden kunnen er eerder complicaties optreden. Geef aan zwangere zeugen nooit geplette haver. De kans dat de jongen te groot worden en er complicaties bij de geboorte optreden is groot.
Aan showdieren kan naast het gewone krachtvoer haver gevoerd worden om ze in fraaie conditie te krijgen. Ze worden er goed hard (stevig) van. Ook kunnen groene erwten gevoerd worden, deze hebben hetzelfde effect. Te veel haver voeren is echter niet goed. Ze kunnen er namelijk 'oververhit' van raken. Dit betekent dat ze een teveel aan eiwitten binnen krijgen. De dieren krijgen dan last van een schilferig, kaal plekje midden op de rug, net achter de schouders. Wanneer je dit ziet stop dan meteen met het voeren en begin pas weer als het over is maar dan in een veel lagere dosering. Laat showdieren voordat ze in de fok gezet worden eerst iets afvallen. In de zomer kan gras ook gebruikt worden als extra krachtvoer. Geef het wel naast het gewone volledige voer. In gras zitten veel voedingsstoffen en cavia's krijgen er een fraaie conditie van. Let er op dat er geen boterbloemen (bladeren) of paardenstaarten (heermoes) tussen zitten, deze plantensoorten zijn giftig.
Paardebloem is lekker...........yummie........
Krachtvoer
Vitamine C is van levensbelang voor cavia’s. Net als mensen kunnen cavia’s dit niet zelf maken en moeten deze vitamine door middel van de voeding binnen krijgen. De voeding van de cavia is dus erg belangrijk om ziekten te voorkomen. Het beste kan krachtvoer gekocht worden waar vitamine C in verwerkt is. Je weet dan altijd zeker dat het dier genoeg binnen krijgt, zolang hij zijn voer eet. Cavia’s houden niet van dieetverwisseling en telkens wisselen van voersoort is onverstandig. Als van voer verwisselt moet worden kan het het beste vermengt worden met het oude voer. Bij de dierenspeciaalzaak zijn verschillende soorten voer te koop. Zorg dat je speciaal voer voor cavia’s koopt omdat het meeste konijnenvoer geen vitamine C bevat. Ook hoeft niet in al het als caviavoer verkochte voer vitamine C te zitten. Kijk op de verpakking of het erin zit. Caviavoer met voldoende vitamine C is meestal iets duurder dan konijnenvoer.
Voor cavia's waar niet mee gefokt wordt is voer met 500 mg vit.C/kg voldoende. Wil je zeker zijn dat je cavia's voldoende binnen krijgen koop dan een voer waar ruim voldoende vitamine C in zit. Een zeer goed merk caviavoer is Hope Farms cavia super CC. Het is af te raden om vitaminedruppels te kopen omdat deze in het drinkwater na een half uur al zijn verdwenen.
Cavia's en vooral jonge cavia’s die nog in de groei zijn mogen zoveel voer hebben als ze op kunnen. Zorg dan ook dat er altijd voldoende (kracht)voer en hooi in het hok aanwezig is. Cavia's hebben een verteringssysteem die er op gemaakt is om continu in werking te zijn. Oudere cavia’s die in een kleine kooi gehouden worden en te weinig
Voedingsbehoefte per cavia Voer 6 g per 100 g lichaams- gewicht, waarvan 2-4 g droog voer is Water 85 ml/dag (8 ml per 100 g lichaamsgewicht) Vitamine C
10 mg/kg per dag,
20 mg/kg bij zwangerschap
Cavia`s moeten veel beweging krijgen anders kunnen ze te dik te worden. Vette cavia’s worden sloom,kunnen sneller ziek worden en gaan eerder dood. Het is dus belangrijk om je cavia in goede conditie te houden. Geef je cavia daarom voldoende lichaamsbeweging. Een volwassen beertje weegt tussen de 900 en 1500 gram en een volwassen zeugje weegt tussen de 900 en 1300 gram. Tussen het type cavia en de verschillende rassen zijn echter wel verschillen in gewicht. Meestal kan je het wel zien wanneer een cavia te dik is. Ook kan je het zien aan zijn conditie. Als de cavia na een klein eindje rennen al moe is dan is hij duidelijk te dik.
Cavia’s mogen ook (bruin)brood hebben. Meestal vinden ze het wel lekker maar eten ze er niet zo veel van. Let op dat het brood niet beschimmeld is.
|
GIFTIGE PLANTEN IN DE TUIN |
GIFTIG IN HET WILD |
| Acacia Monnikskap Beuk Buksboom Rozen Akelei |
Windbloem Aaronskelk Herfststijlloos Belladonna (wolfskers) Woekerkruid Zwarte Nachtschade Grasklokje Spekwortel Heggerank Boterbloem Stinkende Gouwe Bolderik Madeliefje Zuring Vlier Helmkruid Lisbloem Iris Hondspeterselie Vingerhoedskruid Dollekervel Bilzekruid Eik Klaproos Guichelheil Wolfsmelk Vlasleeuwebek Clematis |
De
Voortplanting :
De cavia heeft een bronstcyclus van circa 16 dagen, het zeugje kan dan om de 16
dagen bereid zijn tot paren.
Deze periode duurt ongeveer 20-24 uur, je merkt dit omdat het zeugje om andere
cavia's heen loopt en hierbij een brommend geluid maakt.
De
draagtijd:
De draagtijd van een cavia is gemiddeld 68 dagen, 10 weken min 2 dagen.
De bevalling zelf duurt maar 15 tot 30 minuten.
Als de eerste net is droog gelikt, komt de volgende er al aan.
Enkele uren na de bevalling is de zeug alweer bronstig, dus als er dan nog een
beer aanwezig zou zijn, zou het zeugje alweer gedekt kunnen worden. Dit is
natuurlijk niet aan te raden.
De
jongen:
De jongen komen helemaal ontwikkeld ter wereld. Helemaal behaard en met de
oogjes al open. Ze kunnen direct na de geboorte al lopen. Jongen die zo ter
wereld komen noemen we nestvlieders.
Een paar dagen na de geboorte eten ze al hardvoer mee.
Het aantal jongen per worp is gemiddeld 4 maar dat kan variëren tussen de 1 en
10.
De cavia heeft maar 2 tepels en bij veel jongen moet je goed
opletten of ieder genoeg melk krijgt.
De zoogtijd is +/- 3/4 weken.
De beertjes moeten met 3/4 weken uit het hok gehaald worden, zij kunnen namelijk
hun zusjes dan al dekken. De zeugjes zijn met 4 weken al geslachtsrijp. De
zeugjes kunnen als het moet de hele leven bij der moeder blijven
Leeftijd:
Zeugjes kunnen het beste vanaf een leeftijd van ongeveer vijf maanden bij de beer worden gezet. Ze moet in ieder geval meer dan 600 gram wegen. Belangrijk is dat het zeugje haar eerste nestje krijgt voordat ze 9 maanden is.
Als je langer zou wachten worden ze vaak minder makkelijk zwanger.
Bovendien is de kans op complicaties dan groter.
De bekkenbeenderen van de zeug worden namelijk steeds minder soepel naarmate de zeug ouder wordt.
Worden ze zwanger na een jaar dan worden de bekkenbeenderen zelfs met elkaar vergroeien.
Als de zeug dan zwanger zou worden dan zou ze haar jongen niet ter wereld kunnen brengen omdat het verkleeft is en de jongen er niet meer door kunnen.
Grote kans dat zowel de jongen als de moeder sterven.
Als een zeugje eenmaal een nestje heeft gehad dan blijven de bekkenbeenderen soepel en kan ze tot ze ongeveer drie jaar oud is jongen krijgen.
Een oude zeug krijgt meestal minder jongen per worp dan een jonge zeug.
Met beertjes kan vanaf een leeftijd van vier maanden worden gefokt. Het is beter als ze iets ouder zijn (zes à zeven maanden) want dan staan ze beter 'hun mannetje' tegenover dominante zeugen. Zet nooit meerdere geslachtsrijpe beren bij een of meerdere zeugen want dat wordt echt vechten tot de dood daarop volgt.
Drachtig of niet :
Soms kan je een dekking waarnemen maar in de meeste gevallen gebeurt dit als je er niet bij bent.
Als het zeugje bronstig wordt kan je wel merken doordat de beer dan meer opgewonden is als anders.
Hij loopt door het hok te brommen en jaagt de zeugjes op.
Wanneer er een 'dekpropje' in het hok wordt gevonden, betekend het dat er een paring heeft plaats gevonden .
Wanneer je een dekking ziet of als je merkt dat er opwinding in het hok is dan kan je de datum van die dag opschrijven. Reken dan tien weken min twee dagen voor de geboortedatum.
In de meeste gevallen klopt dit aardig, maar soms kan het ook langer of korter duren.
Wanneer je geen dekking hebt waargenomen dan kan je vanaf een week of vier zien dat de zeug zwanger is. Ze wordt dan namelijk zichtbaar dikker.
Ook voel je bij het oppakken dat haar buikje veel harder is dan anders.
Wanneer de zeug echt duidelijk dik wordt, kan je iedere week je hand onder haar buikje leggen en voelen of de jongen bewegen.
Voel je ze duidelijk bewegen dan is de zeug circa zeven weken zwanger. Het duurt dan dus nog drie weken.
Pak een hoogzwangere zeug zo min mogelijk op en als je haar oppakt ondersteun haar achterhand dan goed (haar kontje en eventueel haar voetjes in de palm van je hand).
Een zeugje dat zwanger is heeft veel voeding nodig.
Geef veel groenvoer en hooi.
Krachtvoer moet ook voldoende aanwezig zijn.
Geef echter niet te eiwitrijk voer zoals geplette haver of maïs.
Er is dan kans dat de jongen te groot worden waardoor er complicaties op kunnen treden bij de geboorte.
Zwangere zeugen hebben twee keer zo veel vitamine C nodig als anders (20 mg per dag).
Zet de zeug ongeveer 2 weken voordat je haar hebt uitgerekend apart (of haal de beer weg).
Als ze zou bevallen dan dekt de beer haar namelijk weer meteen.
Heeft ze een groot nest dan is het te zwaar om zowel zwanger te zijn als haar jongen op te voeden.
Voor een zeug die slechts 1 à 2 jongen heeft kan het geen kwaad.
Soms is het zelfs beter anders is er een kans dat ze te vet wordt en later weer moeilijk zwanger wordt.
Nog een reden voor het apart zetten van de beer is de kans dat de beer zijn dochters dekt.
Zeugjes kunnen namelijk al met vier weken geslachtsrijp zijn.
Ongeveer een week voor de geboorte krijgt de zeug ontsluiting.
De bekkenbeenderen wijken dan uit elkaar.
Je kunt dit voorzichtig voelen met je vinger onder aan de buik, vlak boven de vagina.
Je voelt duidelijk of de bekkenbeenderen strak gesloten zijn of dat er ontsluiting is (enige ervaring moet je opbouwen).
Wanneer er een ruime ontsluiting is (ongeveer breedte topje van je vinger (ca 1,5 - 2 cm)) zal de geboorte binnen enkele uren tot 2 dagen plaatsvinden.
Ook een duidelijk zitkuiltje in het strooisel van het hok duidt erop dat de geboorte binnen een paar dagen zal plaats vinden.
Doordat de hoogzwangere zeug steeds op één plek ligt en vlak voor de bevalling iets onrustig wordt draait ze regelmatig rondjes. Hierdoor ontstaan het kuiltje.
De geboorte:
Soms heb je het geluk dat je bij de geboorte bent.
Het gaat heelsnel, voor dat je het weet zijn ze allemaal geboren.
In de meeste gevallen gaat het goed maar soms zijn er complicaties.
De jongen worden meestal tussen de voorpoten door geboren.
Het vlies wordt meteen doorgebeten en door de moeder opgegeten.
Soms blijft juist een stukje vlies op het kopje zitten.
Als je dit ziet verwijder het dan anders kan het jong stikken.
Nadat alle jongen geboren zijn komen de placenta's.
De zeug eet deze op, er zitten waardevolle voedingsstoffen in en het stimuleert de melkproductie.
Een paar uur na de geboorte kunnen de jongen al opgepakt worden om ze te controleren of om te kijken welk geslacht het is.
Het hok kan 1 of 2 dagen later verschoont worden, als het meteen gedaan wordt, kan de relatie tussen moeder een kinderen verstoord worden.
Soms komt het voor dat er een dood jong wordt geboren. De moeder kan dit gaan aanvreten omdat het geen reactie geeft. Haal de dode jongen na de bevalling weg.
Soms kan je helpen om een 'dood' jong weer levend te krijgen.
Als een jong wordt geboren en het beweegt niet, haal het dan uit het hok, wrijf het op met een zachte handdoek en/of leg het in de handdoek en slinger deze rond. Leg het jong op een warme kruik en beweeg de achterbeentjes heen en weer.
Hierdoor komt de ademhaling op gang.
Op deze manier kan soms een jong nog gered worden.
Ook kan het gebeuren dat alle jongen dood worden geboren.
Dit is meestal een gevolg van een moeilijke bevalling.
Vaak was dan eerste jong erg groot en dat heeft de bevalling opgehouden.
Meestal is de zeug nog in goede conditie. In dit geval is ze een ideale pleegmoeder.
Zet twee jongen uit een ander nest bij haar. Ze zal ze waarschijnlijk meteen accepteren.
Zijn er geen jongen voor handen dan kan je haar als ze in goede gezondheid is het beste terugzetten in het fokhok.
Dit voorkomt dat ze onrustig wordt en opzoek gaat naar haar jongen.
Soms kunnen zeugjes die hun jongen hebben verloren en alleen zitten, gaan zitten kniezen.
Als het zeugje echter in matige conditie is, dan kan je haar het beste rust geven (eventueel met een ander zeugje erbij).
Het opgroeien van de jongen:
Meestal worden nesten geboren met vier jongen. Dit is een prettig aantal. Gezonde zeugjes kunnen dit aantal makkelijk grootbrengen. Nesten van vijf of zes kunnen door zeugen die al eerder jongen hebben gehad ook succesvol worden opgevoed als de zeugen in goede conditie zijn. Als het echter het eerste nest is van het zeugje, of als het zeugje een erge zware dracht heeft gehad (veel geïnvesteerd in haar jongen) dan kan een groot nest te zwaar worden voor de zeug.
Jongen overleggen bij een pleegmoeder:
In zo'n geval kan het nodig zijn een aantal jongen over te leggen bij een andere zeug met één à twee jongen. Zeugen met dit aantal jongen zijn perfecte pleegmoeders.
Houdt dan maximaal 4 jongen bij de zeug met het te grote nest en leg de rest over. Het leeftijdsverschil tussen de jongen van de pleegmoeder en de pleegjongen moet zo klein mogelijk zijn. Het beste is als de jongen van de pleegmoeder jonger zijn dan de pleegkinderen. De pleegmoeder zal de jongen dan eerder accepteren. De meest ideale situatie als de pleegmoeder net haar jongen heeft gekregen en ze zijn nog nat, ze accepteert ze dan meestal zonder problemen. Haal haar eigen jongen even weg. Wrijf de jongen van de pleegmoeder of wat strooisel uit het hok van de pleegmoeder over de pleegjongen. Ze nemen dan de geur van de pleegmoeder aan. Zet dan de pleegjongen bij de nieuwe moeder. Vaak gaat het goed, sommige zeugjes nemen graag jongen van anderen over. Soms kan het niet goed gaan en jaagt de moeder de pleegjongen weg. Haal ze in dat geval meteen weg. De zeug zou de jongen pijn kunnen doen. Als de pleegmoeder de nieuwe jongen gaat likken en ze laat drinken dan is het meestal goed. Zet de eigen jongen er dan ook weer bij. Houdt het toch nog even in de gaten.
Bijvoeren van (wees)jongen:
Is er geen pleegmoeder voor handen dan kunnen de jongen, als je merkt dat ze te weinig voeding krijgen, bijgevoerd worden. Als ze klein blijven krijgen ze onvoldoende voeding binnen. Zodra je merkt dat hun heupjes beginnen in te vallen en plooien gaan vertonen dan moet direct (melk/Brinta) bijgevoerd worden. Laat de jongen gewoon bij de moeder. Als de moeder gewoon genoeg melk heeft en de jongen groeien goed, dan mag niet bijgevoerd worden! Eigen melk is veel beter dan bijvoeding.
De jongen kunnen met volle melk of oplosmelk (niet koud)) uit een pipet worden gevoerd (ca.10-20 ml melk per dag per jong). Meestal hebben de jongen het snel in de gaten en komen al naar voren als je het hok open doet. Jongen tot 5 dagen oud om de twee - drie uur voeren ('s nachts hoeft niet). Daarna tot 1,5 week oud om de 4 uur. De jongen krijgen dan 1 -2ml (tot 5 dagen) en ca.3 ml (na 5 dagen) per voederbeurt. Geef de jongen niet meer (of vaker) dan deze hoeveelheden melk want ze moeten ook zelf krachtvoer en hooi gaan (leren) eten. Bovendien kan te veel koemelk schadelijk zijn.
Als ze ongeveer 5 dagen tot 1 week oud zijn kan overgeschakeld worden op Brinta. In begin slappe Brinta die met het spuitje of pipetje kan worden gevoerd. Als ze dat net zo gretig eten als de melk dan kan de Brinta in een bakje worden gezet en kunnen ze leren uit het bakje te eten door ze eerst met een lepeltje te voeren. Je kan 2 - 3 keer per dag brinta in het hok zetten, ze zullen zelf naar behoefte eten. De jongen hebben ook vitamine C nodig (3 mg vit C per jong per dag). Dit kan de eerste week in de Brinta worden opgelost. Zorg bovendien dat er altijd krachtvoer aanwezig is, ze moeten met 2 weken naast de Brinta ook krachtvoer eten. Als blijkt dat ze nauwelijks krachtvoer eten dan moet de Brinta gematigd worden. De voedingsstoffen die niet in de Brinta voorkomen moeten ze namelijk binnen krijgen via het krachtvoer. Geef daarom compleet voer voor cavia's. De Brinta hoeft niet langer worden gevoerd dan tot 3-4 weken oud, afhankelijk van de grootte van de jongen. Hele kleine jongen kunnen wat langer bijgevoerd worden maar echt niet langer dan 4-5 weken omdat ze moeten leren om het gewone voer te eten.
Wanneer de moeder is overleden en er is geen pleegmoeder voorhanden dan kunnen de jongen de eerste dagen in een apart hokje met een kruik worden gehouden. Als ze ongeveer een week oud zijn kunnen ze bij een volwassen cavia gezet worden. Ze nemen dan de gewoonten van de oudere cavia over.
Houdt de jongen goed in de gaten.
Houdt dit in het algemeen goed in de gaten. Als jongen niet goed groeien en ze krijgen ingevallen heupjes (en bolle ruggetjes) dan moet meteen ingegrepen worden. Controleer de tepels van de zeug. Geeft ze wel melk? Zijn de tepels ontstoken (opgezwollen en rood)? Als de zeug geen melk geeft kan er weinig aan worden gedaan. Geef de zeug veel rust en wellicht komt de melkproductie weer op gang.
Kappot gezogen tepels van de zeug:
Kappot gezogen tepels ontstaan doordat de jongen te weinig voeding binnen krijgen en daardoor harder gaan zuigen of verkeerd aan de tepels zuigen. Bij grote nesten komt dit regelmatig voor. Je kan het opmerken doordat het zeugje piept tijdens het voeden. Deze kwaal is zeer goed te behandelen met Kamillosan (homeopathische zalf). Een à twee keer per dag de tepels insmeren met deze zalf. Het kan geen kwaad voor de jongen. Na enkele dagen is het meestal over.
Geef zeugen met grote nesten extra krachtvoer in de vorm van geplette haver. Een handje per 2 dagen moet voldoende zijn. Teveel is namelijk ook niet goed (zie voeding). In de zomer kan veel gras gevoerd worden.
Het spenen:
Met vijf weken moeten de beertjes uit het nest gehaald worden. De zeugjes kunnen ook met deze leeftijd weg bij de moeder. Meestal heeft de moeder na vijf weken genoeg van de jongen en kan ze hardhandig wegjagen. Soms is het nodig de beren al met vier weken weg te halen. Ze kunnen erg veel onrust veroorzaken: hun zusjes opjagen en met hun broertjes vechten. Sommige beertjes zijn erg vroeg geslachtsrijp en zouden hun zusjes kunnen dekken.
De beertjes kunnen samen met andere beertjes in een hok worden gezet. In het begin is er vaak veel opwinding maar meestal is dit onschuldig en is het na een paar uur rustig. Zeugjes kunnen ook samen in een hok gezet worden en als ze elkaar kennen dan gaat dit gewoon goed. Als je zeugjes bij elkaar zet die elkaar niet kennen dan moet de rangorde worden bepaald en kunnen ze fel gaan vechten. Hierbij is de kans dat ze elkaar oren beschadigen groot. Als de rangorde is bepaald, dan is het daarna meestal rustig. Soms duurt het echter lang en blijft er één voortdurend onrust stoken. Het kan dan nodig zijn deze uit de groep te halen.
Rustpauze zeug:
Is de zeug, nadat haar jongen bij haar vandaan zijn (dus 5 weken na de bevalling) in goede conditie dan is een weekje rust voordat ze weer bij de beer mag meestal voldoende. Heeft de zeug een groot nest opgevoed en heeft ze het vrij zwaar gehad dan heeft ze langer rust nodig. Je kan dit zien aan haar conditie. Sommige zeugen hebben erg veel geïnvesteerd in hun jongen. Ze zijn dan erg mager en kunnen zelfs iets ingevallen heupjes hebben. Als je ziet dat de zeug het moeilijk heeft gedurende de zoogtijd van de jongen voer haar dan extra bij met geplette haver (zie voeding). Een zeug die het zwaar heeft gehad heeft zolang rust nodig totdat ze weer in goede conditie is (let op, laat haar niet vervetten).
Laat een zeugje niet meer dan drie keer per jaar een nestje krijgen. Wanneer je een zeugje één week rust geeft nadat ze een nest heeft grootgebracht dan heeft ze dus ongeveer eens per 4 maanden een nest (1 à 2 weken voor zeugje zwanger is + 10 weken draagtijd + 5 weken jongen opvoeden + 1 week rust = 18 weken = 4 maanden = 3 keer per jaar).
